Interview psychiatrische zorg in Indonesie

Categories Indonesië0 Comments

Onderwerp: hoe is de psychiatrische zorg in Indonesië vergeleken met die in Nederland?

Een gesprek via skype tussen Citra Dewi en mij in november 2016.

Q: Ik vraag me het volgende af: in Lombok en Madura heb ik mensen gesproken en ze gevraagd hoe ze omgingen met psychiatrisch patienten. In Madura zeiden ze dat ze depressie en angststoornissen ze niet kenden omdat de familiebanden zo sterk zijn. In Lombok heb ik een man gesproken die psychotisch was geweest. Hij liep psychotisch over straat en hij vertelde me dat het een taboe is in Indonesië om deze mensen niet te helpen. Het brengt zelfs ongeluk als ze niet geholpen worden. Uiteindelijk kwam hij er vanzelf weer uit. Mijn indruk was dat in Indonesië, door die goede sociale banden met elkaar, mensen op een goede manier geholpen worden. Ik vroeg me af hoe jij dat ziet en wat jouw ervaringen zijn?

A: Ik ben maar een keer in een psychiatrisch ziekenhuis geweest, met een team van die creatieve therapie gaf. Een kennis van mij, een psycholoog, heeft dat opgericht. Ook door haar eigen ervaring, omdat ze problemen heeft met haar dochter en ze weet hoe moeilijk het is om hulp te krijgen. Ze heeft daarom besloten die hulp te geven, maar het is een heel traject om dat te regelen in Indonesië. Ze heeft daarom besloten de therapie daar gratis te geven. We zijn met zijn zevenen daar naar toe gegaan, met een mevrouw van de rehabilitatieafdeling van het GGZ. Ze heeft een hart om mensen daar te helpen en ze heeft ervaring. We wilden mensen ook helpen met douchen en nagels knippen. We kunnen daar niet iedereen helpen, maar wel een paar mensen. Toen we daar kwamen werden we warm onthaald door de eigenaar. Hij heeft de kliniek overgenomen van zijn vader. Ze zijn erg bekend in de omgeving en bij de sociale dienst. Er komen mensen van de straat, of de patienten worden gestuurd door de familie. Er zitten verslaafden, daklozen, misdadigers, of ze hebben mensen vermoord en de omgeving kan niet meer met ze omgaan. Dan worden ze daar naar toe gestuurd. Ook mensen met schizofrenie, en volgens mij ook prostituees. Wat wij daar zagen, het is niet zo erg groot, is dat er 200 mensen zaten. 160 mannen en 40 vrouwen, apart van elkaar. Wij zagen, de mensen en ook de vrouwen, worden vastgezet. Ze noemen dat pasung. Ik vind dat zo onmenselijk en de plaats is zo vies. Ze hebben maar beperkte ruimte en stoppen heel veel mensen in een kleine kamer. Zonder matras, alleen maar tegels. Ik zal de foto naar je toe sturen. De beelden zijn schokkend, de omstandigheden zijn erbarmelijk. Toen gingen we naar de mannenafdeling. Daar zitten ze in een afgesloten ruimte. Sommigen zijn vastgezet, maar ze zijn niet alleen maar op de gang. Ze liggen daar getekend, dat vind ik heel wreed. Je bent ziek en je wordt vastgezet. Iedereen loopt voorbij en kan je gewoon zien zitten daar.

Q: Ik heb begrepen uit het artikel wat ik op internet heb gelezen dat het vaak bij mensen thuis wordt gedaan. Ze worden bijvoorbeeld vastgezet in een schuurtje.

A: In mijn tijd, 30 jaar geleden, was dat wel bekend. Ik dacht dat Indonesië met de tijd was meegegaan, maar blijkbaar niet. Ik heb daar gevraagd aan de eigenaar of ik foto’s mocht maken, en ja, dat mocht. Dat vind ik schokkend. Mag ik dat van die mensen doen? Ik ben niet gevraagd door die persoon zelf, maar van de eigenaar mag dat wel. Hebben die mensen daar wel recht op zelfbeschikking? Misschien zijn ze wel in staat om een keuze te maken? Zijn ze wilsbekwaam? Ik vond het vreemd dat hij mij toestemming gaf.

Q: Wat ik eigenlijk niet begrijp is dat ik in Madura heb gezien hoe zorgzaam mensen voor elkaar zijn. Iemand liep bijvoorbeeld naakt op straat en betaalde niet genoeg voor eten. Maar iedereen accepteerde hem. Ze kleedden en voedde hem. Ik vond dat zo zorgzaam en mooi. Het is dan zo’n grote tegenstelling om te horen dat mensen geketend vastliggen in zo’n ziekenhuis. En dat begrijp ik niet , waarom is er zo’n grote tegenstelling?

A: Dat is geen ziekenhuis, maar gewoon een huis. Ze noemen dat een instelling. Ze krijgen wel steun uit de omgeving, ze vinden die mensen zielig en geven ze geld, eten en kleding. Maar de vraag is of die mensen in de instelling wel krijgen wat de omgeving ze geeft. Ze zien er namelijk zo vies uit. We zijn naar de mannenafdeling gegaan, met 160 mannen. Daar zijn maar 4 begeleiders voor. Dat vind ik onverantwoord.

Q: Krijgen ze ook medicijnen, vraag ik me af?

A: Die vraag heb ik gesteld, en er werd verteld dat ze medicijnen krijgen van kruiden. Hij heeft dat zelf gemaakt. Wat zijn de ingrediënten? Dat wilde hij niet zeggen, dat was zijn geheim zei hij.

Q: Ik vraag me ook af of die mensen daar ooit weg komen?

A: Ja, ze komen daar wel uit. Maar hoe zit het met de begeleiding? Ik zie niets menselijks daar. Worden ze beter of slechter? Ik heb het wel nagevraagd. De sociale dienst geeft blijkbaar wel steun, de overheid geeft elk jaar geld aan ze. Maar hoe zit het verder? Ze zitten namelijk onder zulke erbarmelijke omstandigheden. Ze zijn mager. Ik heb gehoord van een van de begeleiders dat ze niet altijd worden gedoucht. Nu hoorden ze dat we zouden komen en hebben ze een paar mensen onder de douche gezet zodat het niet zou stinken. Het stonk daar heel erg. Ik zag ze zelfs overal plassen daar. Ik was in het gebouw van die 160 mannen, en ik zag maar 1 badkamer, die heel vies was.

Q: Denk je dat ze nog worden bezocht door familie?

A: Ja, dat wordt wel gedaan, bij sommige mensen, niet allemaal. De familieleden hebben hun familielid daar gebracht omdat ze wanhopig zijn. Ze weten niet hoe ze die mensen moeten helpen die verslaafd zijn. Ze hebben een term; ze zijn stout, sommige heel erg stout. Als ze dan binnenkomen, dan hebben ze bijvoorbeeld drugs gebruikt en dan moeten ze afkicken. De eerste 2 of 3 dagen worden die mensen vastgebonden zodat ze niet weggaan. Als ze boos worden, dan kunnen ze niks doen, niet slaan bijvoorbeeld. Of ze worden in een kamer gezet of vast geketend. Of in een groep, of alleen in een kamer die heel vies is. Ze doen hun behoefte daarin. Ik loop daar voorbij, en de andere clienten ook. Iedereen ziet diegene daar vastgeketend zitten.

Q: Is het vaak door drugs dat mensen daar komen? Is het misschien meer een afkickcentrum dan een psychiatrisch ziekenhuis?

A: Het is van alles en nog wat, het is niet alleen een psychiatrisch ziekenhuis. Er zitten ook moordenaars daar. De meeste opvang is voor drugs- en medicatieproblemen. Of ze hebben iets gestolen, misdadigers, verkrachters, alles wordt bij elkaar gezet. Ze hebben niet eens een verpleegkundige.

Q: Zijn het meer toezichthouders dan verplegers?

A: Ja, dat klopt. Niet eens toezichthouders, ze stoppen je gewoon daar, wat ik zelf heb gezien. Ze hebben niet eens een psycholoog. Die man doet alles zelf, die hadji (een hadji is iemand die naar Mekka is geweest en daardoor veel aanzien heeft in de gemeenschap). Hij geeft de medicijnen en de opdrachten. Een man voor 200 mensen. Geen psycholoog, geen creatieve therapie. Ze zeggen wel dat ze verpleegkundigen hebben maar die hebben wij niet gezien. De meeste mensen hebben last van huidziektes. In een gebouw, is het dak van ijzer. Daardoor wordt het heel warm. Mensen kunnen daar zitten of liggen, dat is de gezamenlijke plek. Het is daar heel warm, ze hebben niet eens een ventilator. Er wordt ook niets aan hygiene gedaan, dat moeten ze eerst vragen aan de vrouw van de Hadji. Ik snap niet dat er zoveel mensen zijn en dat er niet eens elke dag wordt schoongemaakt. Er is geen dagelijkse structuur of activiteiten. Ze stoppen je daar, en dan kan je je de hele dag gaan zitten en vervelen. Er zijn heel veel mensen maar ze vluchten niet, dat begrijp ik niet. Ze kunnen namelijk gewoon weg als ze willen maar ze zitten daar maar. Ze kijken je met lege ogen aan. Ook al zijn ze niet vastgeketend, ze blijven gewoon zitten.

Q: Heb je ook met die mensen gesproken?

A: Ja, maar ze gedragen zich alsof ze niet aanwezig zijn. Of misschien, ik weet het niet, alsof ze gek zijn, zo’n gevoel heb ik. Zo passief. Ik snap het niet. Als je niet vrijwillig bent, waarom vlucht je niet?Je kan wel vluchten want de omgeving is niet beveiligd. Je kan rondlopen, je kan naar buiten, maar dat doen ze niet. Heel raar.

Q: Het klinkt alsof ze gesedeerd zijn door medicatie.

A:  Zo’n gevoel, ja. Ik heb met een man gesproken en hem vragen gesteld. Hij keek alleen maar naar mij en kon geen antwoord geven. Hij keek als een domme, idiote man. En toen zei de begeleider; hij is onder invloed van medicatie. Hij keek met lege ogen en kon niet eens praten.

Q: Dat is een bekende bijwerking ja. Als je heel veel geeft dan kunnen mensen vaak niet meer praten, of niet goed communiceren.

A: Nou, hij had het over ‘herbal medication’, kruiden.

Q: Het klinkt meer als Haldol, dat is antipsychotica. Of hij moet kruiden hebben met dezelfde werking, dat weet ik niet. Het is een heel goedkoop antipsychoticum, een medicijn. En als je daar veel van geeft dan worden mensen net als zombies.

A: Ja, zo ziet het er wel uit. Zo’n gevoel heb ik, want het is een vrij mens, en waarom ga je niet weg?

Q: Ja, vooral als de omstandigheden zo slecht zijn daar.

A: Ze zeggen tegen mij ik wil naar huis, ik wil naar huis. En ik snap er helemaal niets van. Je kan altijd weggaan? Er is geen hek, ga maar. Het is zo raar, ik kan er met mijn hoofd niet bij. Ik kan het niet verklaren.

Q: Waar was het ziekenhuis? Was dat bij Jakarta, of was dat meer op het platteland?

A: Niet zo ver van Jakarta, het is bij Bakasi. Als je daar op een dag naar toe wilt gaan, dan kan dat altijd. Er komen altijd mensen daar, studenten bijvoorbeeld. Maar wat ik zo raar vindt, ik kom daar met een jonge psycholoog. En hij deed alsof de instelling heel degelijk was, maar dat vind ik niet.

Q: Kwam die psycholoog uit Indonesië of uit Nederland?

A: Hij kwam uit Indonesië, uit Jakarta. Een jonge psycholoog. Ze zijn nog niet allemaal afgestudeerd.

Q: Ja ik moet je wel vertellen, in Nederlandse psychiatrisch ziekenhuizen is het niet heel veel anders, behalve dan dat mensen niet vastgeketend zitten. Maar dat ze erg verdoofd zijn en niets meer doen, dat is hier ook zo. Dat verschil is opzich niet zo heel erg groot helaas.

A: Werk je ook bij een GGZ? Wat is trouwens je achtergrond?

Q: Ik ben zelf ziek geweest, dus ik ben zelf opgenomen geweest bij het GGZ.

A: Mijn vriendin ook, dus ik weet ongeveer hoe het eruit ziet daar, heel anders natuurlijk. Je krijg je eigen kamer.

Q: Je krijg je eigen kamer, dat is waar. Maar ik weet toch ook wel van mensen dat ze verwaarloosd worden. Dat is iets wat je niet op het eerste gezicht ziet, maar mensen die bijvoorbeeld in de isoleercel worden opgesloten voor maanden of jaren, en daar soms ook in overlijden omdat ze niet goed worden verzorgd (note: het gebruik van de isoleerceel is inmiddels wel verbeterd) Er is ook veel drugsgebruik bijvoorbeeld, en handel in het ziekenhuis zelf. Of prostitutie, dat zijn heel verschrikkelijke dingen eigenlijk, en dat komt ook door geldtekort. En dat is waarom ik geïnteresseerd ben in Indonesië. Hoe kunnen wij onszelf verbeteren, als wij kijken naar betere manieren, van ‘omgaan met’.

A: O ja, dus je hebt een goed voorbeeld gezien, maar ik heb juist het tegenovergestelde gezien.

Q: Het zijn 2 extremen eigenlijk.

A: Het tegenovergestelde ja.

Q: Ik dacht, misschien omdat dit in Jakarta is (een stedelijke omgeving) dat ze anders met die problemen omgaan dan op het platteland?

A: Dat zou het kunnen zijn. Er wonen zoveel mensen. Op een gegeven moment is het teveel. Snap je? Je bent lastig voor de omgeving, dus we stoppen je maar daar. Als ze daklozen zien dan worden die ook naar de instelling gebracht.

Q: Omdat ze lastig zijn ook?

A: Ja, als zo iemand bijvoorbeeld doodgaat dan kan het ze ook niet schelen. Want je bent het niet waard. Zo denken ze. Want je bent lastig, de familie vind je hopeloos. Ze kunnen je niet helpen en het kost geld om je te verzorgen. Ze stoppen je gewoon daar in de hoop dat het goed gaat met je, en als het goed gaat, kom dan maar thuis. Het is niet erg als ze worden vastgeketend; als je maar beter wordt. Ze zijn niet kritisch om te vragen waarom je een huidziekte hebt, waarom ben je mager, waarom krijg je te weinig eten. Ze hebben rijst gegeten van de catering zeggen ze, maar ik zie helemaal geen fruit, en of ze genoeg eten weet ik niet, want ze zijn zo mager. Dat is niet normaal, want als je goed eet dan wordt je niet mager, dus ze krijgen te weinig eten. En ook, we zaten daar een paar uur en ze drinken niet eens. Kun je je dat voorstellen? In die hitte, ik zou flauwvallen vanwege de warmte. Er is geen plek om te drinken, ik denk dat ze om toestemming moeten vragen om te drinken. Voor alles wat je doet heb je toestemming nodig. Misschien alleen op bepaalde tijden. Je ziet geen ruimte voor water. En toen heb ik per ongeluk een begeleider gezien, en gevraagd of ze een paar mensen naar een kamer willen sturen. En ik zag die man een client een schop onder zijn kont geven, om naar die ruimte te sturen. Hij is al zo mager en dan nog een schop onder zijn kont krijgen! Misschien hadden ze er geen rekening mee gehouden dat ik het zou zien, maar ik vind het wreed.

Q: Ik vraag me af, de mensen die in een dorp wonen, die hebben heel veel tijd voor elkaar. En in Jakarta is er misschien ook veel armoede waardoor mensen geen tijd meer hebben voor elkaar. Omdat ze altijd aan het werk zijn. Zou dat kunnen?

A: Dat zou kunnen, maar ik denk dat ze ook in de gaten worden gehouden door de omgeving. Ze denken ook positief over die man. Hij doet goed werk, en ze hebben vertrouwen in hem. Ze zijn niet kritisch genoeg. Ze zien niet eens waarom mensen mager zijn en huidziekten hebben. Ze accepteren dat. De omgeving is zo vies, met overal vliegen. Ik weet niet wat ik zie, zo vies.

Q: Ga je daar ook nog naar terug om te helpen?

A: Op dit moment heb ik geen plannen, het is ook moeilijk om die plek te bereiken en te vinden. We komen daar met het team. Maar als ik in mijn eentje kom, dan weet ik niet of ik hulp kan geven.

Q: Als ik bijvoorbeeld een keer mee zou willen gaan om een dag te helpen, zou dat mogelijk zijn?

A: Natuurlijk kan je dat doen, dat kan ook met kennissen, met zijn vijven bijvoorbeeld kan je hulp bieden om ze te verzorgen. Bijvoorbeeld douchen, haren kammen, nagels knippen. Dan kan je de omstandigheden ondertussen observeren. Bedenk eerst wat voor vragen je wilt stellen. Want je hebt nu informatie van mij dus je hebt een beeld ongeveer. Als ik je de foto stuur dan snap je wat ik bedoel. Op een gegeven moment is die man meer geïnteresseerd in geld, om zichzelf te verrijken. De begeleider vertelt aan ons, omdat we snoep direct aan de clienten gaven, goed dat jullie dat direct geven want anders krijgen ze die spullen niet. Wat voor mensen zitten daar? Zijn ze onder invloed van medicatie? Ik weet het niet.

Q: Zo klinkt het wel, het klinkt herkenbaar.

A: Ik zal je de foto sturen en dan kan je de ogen wel zien van die mensen.

Q: Als ik weer naar Indonesië ga dan zou ik graag contact met je willen opnemen om het ziekenhuis te bezoeken.

A: Ik zal het adres vragen, misschien kan je het adres zelf opzoeken, dan kan je die man bellen om te vragen of je vrijwilligerswerk kan doen. Heb je voldoende informatie van mij hierover gekregen?

Q: Ik zou graag meer willen weten over de achtergronden van mensen, maar ik begrijp dat je dat niet kunt weten als je een dag hebt geholpen. Ik vind het wel heel interessant om te horen hoe je dat beleefd hebt. Het maakt het beeld completer, hoe meer informatie ik hierover heb hoe beter. Alles is welkom. In Nederland zijn we erg individualistisch en zijn er steeds meer mensen met psychische aandoeningen, en ik denk dat we dat aantal naar beneden kunnen krijgen door dingen te veranderen.

A: Ik kom er trouwens wel achter dat veel jonge mensen hier ook last hebben van stress en depressieve problemen. Ze weten alleen de weg nog niet om hulp te krijgen. Ik ben naar een GGZ ziekenhuis geweest. Mensen willen meteen naar het ziekenhuis als ze een probleem hebben, maar het ziekenhuis is ver weg vanwege de file. Maar als ze wanhopig zijn dan maken ze meteen alles stuk in de omgeving.

Q: Uit frustratie ja, dat begrijp ik.

A: Mijn kennis heeft een neef die depressief is maar zijn familie weet niet hoe ze hem kunnen helpen. Hij zit op een middelbare school en bekeek per ongeluk een pornografische site. Iemand had het gezien en hij werd daarna gepest, in Indonesië is dat een taboe. Hij zei dat het per ongeluk was en schaamde zich. Hij wilde niet meer praten, zonderde zich af. Maar ze weten geen weg naar een instantie. Ze willen naar een psycholoog maar daar moet je erg veel voor betalen en daarom willen ze dat niet. Wat doet de overheid op dit gebied? Dat weten ze niet.

Q: Dat jongetje wordt natuurlijk alleen maar gefrustreerder, omdat hij niet weet hoe hij hiermee om moet gaan.

A: En ze beseffen dat niet, dat dit erger kan worden als hij niet op tijd hulp krijgt. Misschien verwond hij zichzelf of doet hij een zelfmoordpoging.

Q: Dit is eigenlijk sociale uitsluiting, waardoor mensen depressief worden.

A: De overheid doet wel wat, maar de omgeving weet dat nog niet helemaal.

Q: Is dat iets nieuws in Indonesie? Hoe was dat bijvoorbeeld 30 jaar geleden? Werden mensen dan ook op die manier uitgesloten omdat ze zoiets deden? Een jongen maakt een sociale ‘fout’ waardoor hij wordt uitgesloten. En een mens is toch een sociaal dier, als je wordt uitgesloten dan wordt je depressief. Dat is eigenlijk een heel normale reactie. Hoe individualistischer een maatschappij is, hoe groter het risico op uitsluiting denk ik ook door dat soort dingen.

A: Dat is ook zo. In Nederland weten mensen wel de weg om hulp te krijgen en in Indonesië niet. Ze moeten dit nog opzetten allemaal, en mensen daar ook bewust van maken. Ook de middenstand en lagere sociale klassen, zodat zij ook de goede hulp krijgen. De overheid doet ook wel veel, de verpleegster heeft in de omgeving vaak een klein zorgcentrum. Ik heb gehoord van het GGZ dat de verpleegkundige worden getraind om eerste hulp te geven bij depressie. Mensen die er erg mee zitten en de weg niet weten kunnen eerst daar naar toe gaan. Ze kunnen meteen bellen naar het GGZ in Indonesië. Wel is de wachttijd vaak heel lang. Ze verwonden zichzelf, of de omgeving in de tussentijd. Dat is nog wel een probleem. Ze hebben nog veel te doen. Zo’n grote stad met zoveel problemen maar ze zijn nog niet zo ver. Ze zijn ook gewelddadiger geworden.

Q: Die problemen lijken samen te komen met verstedelijking. Zo krijg je meer mensen met psychische problemen. En dat kost ontzettend veel geld. En hier zijn die wachtlijsten ook heel erg lang waardoor kinderen lang geen hulp krijgen, dat is heel erg. Dat wordt ook alleen maar erger. Eerst was daar veel meer geld voor, maar elke keer wordt er minder geld gegeven. Op een gegeven moment zijn er kinderen die zelfmoord plegen omdat er geen hulp is, dat is heel triest.

A: Ja, in Indonesie is er veel meer bevolking. In Jakarta bijna zoveel als in heel Nederland. Er zijn zoveel mensen, en dan ook veel problemen natuurlijk. Ze zeggen dat ze gestoord zijn vanwege pesten, geen partner kunnen vinden, economische redenen (geen werk). Daarom worden ze depressief. Maar als je van liefdesverdriet al depressief van wordt, dat is toch heel snel? Of niet?

Q: Dat is heel herkenbaar in Nederland. Liefdesverdriet kwam 50 jaar geleden ook voor in Nederland, maar mensen lijken er veel moeilijker mee om te kunnen gaan dan nu.

A: De meesten hebben last van liefdesverdriet of depressie. Maar dat vind ik vreemd. Vanwege liefdesverdriet zit je in een kliniek, dat is toch ongelofelijk?

Q: Ja, maar mensen ervaren vaak zoveel druk. Je moet werken, je moet presteren. Je moet zoveel dingen doen. En mensen zijn eigenlijk zo kwetsbaar, omdat ze zoveel moeten dragen, zodat ze die dingen vaak niet meer aankunnen. Dat is in Nederland ook veel meer zo. Ze raken eigenlijk veel eerder de weg kwijt. Maar als ik in Madura (een eiland in Indonesië) kijk, waar mensen bijvoorbeeld geen hypotheek hebben omdat de grond van hunzelf is en ze zelf het huis hebben gebouwd, en die onderlinge sociale structuur zo sterk is; die mensen worden niet depressief of angstig. Als ze bijvoorbeeld een gebroken hart hebben is er altijd iemand met wie ze kunnen praten, want iedereen heeft tijd voor elkaar. Ze zijn wel aan het werk, maar tijdens het werk kan je gewoon praten. Ze zijn bijvoorbeeld het land aan het bewerken of aan het vissen. Als iemand niet kan dan is er wel iemand anders. Ik was ook met een sjamaan aan het praten, die mij vertelde dat hij aan het praten was met een meisje met een gebroken hart. En dat terwijl hij met haar praatte, maakte hij een connectie met haar hart zei hij. Hij voelde haar pijn echt. Hij had echt een heel groot gevoel voor empathie. Ze had echt contact met iemand die echt geïnteresseerd is in haar. Ik denk dat dat zoveel uitmaakt. Die druk is daar niet zo hoog maar die steun is wel heel sterk. Ik denk dat mensen daardoor veel meer kunnen hebben daar dan bijvoorbeeld in Nederland of in Jakarta.

A: Ja, zo denk ik ook, dat is ook het Indonesische karakter. Wij helpen elkaar gewoon. Die instelling, ik begrijp niet wat daar gebeurt. Waarom zorgt de omgeving niet voor deze mensen? Ik heb het gevoel dat ze je heel makkelijk daar stoppen. Zoveel mensen in een instelling, dat is toch abnormaal. Je krijgt niet eens dagelijkse begeleiding. Je bent als in een kudde daar. Het is heel anders dan in Madura. Wat is er mis gegaan?

Q: Ik vraag me ook af waarom er niet in Madura wordt gekeken waarom daar geen mensen zijn met depressie, in Indonesië zelf. Ze kunnen van elkaar zoveel leren. Ik heb niet veel mensen gesproken, maar een paar. Maar de indruk die ik kreeg was dat mensen zo zorgzaam zijn voor elkaar.

A: Maar in Jakarta, zoals je zei, is het leven veel harder. De ambtenaren zijn zo corrupt en daar word je op een gegeven moment wanhopig van. Je hebt geld nodig om te kunnen leven. Maar als je zo weinig verdient, je hebt zelfs moeite om eten te kopen, hoe kan je dan anderen helpen?

Q: Ja precies, en dan is die druk veel te hoog eigenlijk. Ik kan me voorstellen dat je broer die dan ziek is en moet helpen, maar je kan jezelf nauwelijks helpen.

A: Dus je bent overbodig.

Q: Ja, een te grote last voor de familie. Ik kan me dat wel voorstellen.

A: De overheid is eigenlijk verantwoordelijk om die instelling te controleren. Die empathie, die zie ik niet.

Q: Dat komt denk ik ook omdat de mensen die je verzorgen je niet kennen, dan is er meteen minder empathie. Tenminste, dat heb ik zelf gemerkt. Er is bijvoorbeeld wel een inspectie die al die ziekenhuizen keurt, maar nog steeds zijn er zo ontzettend veel misstanden, dat is ongelofelijk. Ik denk dat het veel uitmaakt of je iemand kent.

A: Ik dacht juist dat het in Nederland veel beter geregeld is dan in Indonesië. Je wordt goed begeleid. Als je in zo’n instelling zit. Zo’n indruk heb ik van mijn vriendin wel gekregen.

Q: Misschien ligt het ook aan de diagnose die je hebt, en in welk ziekenhuis je zit. Het ene ziekenhuis zal beter zijn dan het andere. Ik zit bij een beweging, De Nieuwe GGZ, omdat er zoveel misstanden zijn willen ze ook dingen veranderen. Het is te erg. Ik hoop dat dit kan verbeteren. Ik wil er gewoon over schrijven zodat mensen na gaan denken, hoe kunnen we dingen veranderen, op een andere manier.

A: Misschien kun je ook vragen aan de eigenaar van de instelling in Indonesie waarom hij deze mensen op die manier behandelt. Hij kan dat toch niet zomaar doen.

Q: Ja, maar ik vraag me ook af waarom hij dat doet. Hij zal ook een goede reden hebben waarom hij die mensen zo behandelt. Want dat doe je ook niet zomaar. Ik ben daar ook heel benieuwd naar. Hij zal ook niet de enige zijn die deze mensen zo behandelt. Er is iets in de maatschappij wat niet gezond is, waardoor deze dingen kunnen bestaan.

A: Misschien kan je er een onderzoek naar doen en een kleine beweging daar in brengen. Misschien moeten ze via een andere weg druk krijgen.

We zijn het erover eens dat Indonesië veel gezichten kent. Het is een land van extremen.

Ik schrijf graag over psychiatrie; in de tijd dat ik in de psychiatrie zat werd ik niet beter maar vooral zieker. Ik heb zelf ondervonden dat het beter kan!

Geef een reactie